slide 1

                            

 

 

                                                                                                                                                                   WelkomOpDeWebsite 

 

                                                                                                                          

                                                                                                                                                                                            

 

 

               

                                                                  

 

slide 2

 

 

EenKoepelVoorOrganisaties

                                                                                 

 

                                                                                                                                                                                                              
 

 

                                

     

                      

                                                                                                                                    
 

slide 3

 

 

 

 

 

blauwenkerken              

 

 

 

               

slide 4

 

 

 

 

 

                                                                                                                      GebedsbijlageIntercomSAmen

 

 

   

 

 

 

      

                                                                                           

                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                              

slide 5

 

 

deelvandeontmoetingsdagenRoos

Nog 29 procent te gaan …

InterCom170706 Wereldevangelisatie29procent(Hoe discipelschap de kerk doet groeien)

In de wereld van vandaag lopen talloze zendingsprojecten. Er wordt met man en macht gewerkt om het goede nieuws aan alle volken te brengen. Er worden grote inspanningen gedaan om de Bijbel in iedere taal beschikbaar te maken. Berichten over bevolkingsgroepen die massaal tot Jezus komen, geven moed. De vraag kan gesteld worden: hoe lang duurt het nog voordat het evangelie aan heel de wereld bekend zal zijn gemaakt …

In een analyse die door de Lausanne-beweging wordt gepubliceerd, blijken de cijfers minder rooskleurig te zijn dan verwacht. Kent Parks wijst er op dat in het midden van de jaren ’80 van de vorige eeuw ongeveer 24 procent van de wereldbevolking (1,8 miljard mensen) weinig of geen toegang hadden tot het evangelie. Ondanks alle inspanningen van de afgelopen decennia, is dat percentage nu gestegen naar 29 procent. Het gaat inmiddels over 2,1 miljard aardbewoners.

Het is in de eerste plaats natuurlijk een kwestie van definities: wanneer is een volk ‘onbereikt’. Het ‘Joshua Project’ gaat er van uit dat wanneer de bevolking minder dan 2 % evangelische christenen telt, er sprake is van een ‘onbereikte bevolkinggroep’. Zoiets geeft te denken in Vlaanderen … De World Christian Database hanteert meerdere indicatoren, maar komt ook tot een groot aantal ‘minst bereikte volken’.

Wat wordt er gedaan om deze ‘onbereikte volken’ het evangelie te brengen. Ook hier spreken de cijfers boekdelen: slechts 3 procent van alle zendelingen in de wereld wordt ingezet om deze 29 procent te bereiken. Parks beschouwt dit als een grote onrechtvaardigheid: “De volgelingen van Christus zouden verbolgen moeten zijn over dat geestelijke onrecht. Dat de zendingsopdracht van Jezus Christus – om alle volken tot Zijn discipelen te maken – niet vervuld wordt, is niets anders dan ongehoorzaamheid. Als we steeds dezelfde activiteiten blijven ontplooien en toch andere resultaten verwachten, zijn we onverantwoordelijk”.

Zendingsrevolutie
Een ‘heilige drang’ heeft velen er toe aangezet om opnieuw de Schriften te gaan bestuderen als ‘strategisch handboek’. Dat heeft een revolutie veroorzaakt onder een aantal niet-bereikte volken. Gezonde motieven, zoals een diepe liefde voor Christus, het verlangen dat iedereen Hem mag leren kennen en dienen, een sterk verlangen om geestelijke rechtvaardigheid te brengen en een toewijding aan de opdracht van Christus, liggen aan de basis. Radicale wijzigingen in aanpak hebben tot verbazingwekkende resultaten geleid waar het gaat over de kwantiteit en de kwaliteit van kerken en discipelen.

Gemeentestichtende bewegingen
Parks ziet een belangrijke rol voor daadwerkelijk discipelschap. Wereldwijd zijn er gemeentestichtende bewegingen ontstaan, dikwijls onder bevolkingsgroepen die heel moeilijk te bereiken zijn. Dat soort bewegingen moeten niet zomaar sceptisch aan de kant geschoven worden. Het gaat om opzienbarende resultaten – miljoenen nieuwe gelovigen en veel nieuwe kerken op ‘moeilijke plaatsen’ – die meer aandacht zouden moeten krijgen van hen die toegewijd zijn om het goede nieuws van Jezus Christus aan alle volken te brengen.
Er zijn sinds de jaren ‘80 al op zijn minst 158 ‘gemeentestichtingsbewegingen’ ontstaan uit een proces dat
‘disciple-Making Movement’ wordt genoemd. Vooral de laatste 15 tot 20 jaar zijn die grotendeels actief onder niet-bereikte volken. Er wordt gesproken over een ‘beweging’ wanneer een aantal van de oorspronkelijke kerken minstens vier generaties van nieuwe gemeenten heeft voortgebracht (dus ‘dochtergemeenten’, kleindochtergemeenten’, enz.). Onderzoek wijst uit dat, wanneer het alleen over 2 of over 3 generaties gaat, de gemeentestichting vaak stilvalt.

Bijbels model
Jezus lanceerde een beweging in drie jaar, met discipelen die geleerd hadden Hem lief te hebben en Zijn geboden te onderhouden. De Bijbel laat duidelijk de groeicurve zien: 12 discipelen, 72 anderen (Lukas 10), 500 (1 Cor. 15:6), meer dan 3000 bekeerlingen op het Pinksterfeest, en even later minstens 5000 gelovigen (Handelingen 4:4). De overtuiging dat God mensen gebruikt om in de huidige tijd nieuwe bewegingen op gang te brengen is gebaseerd op de belofte van Jezus dat de discipelen grotere dingen tot stand zouden brengen (Joh. 14:12-14).
Hoe werkte Jezus? Hij ging naar iedere stad en naar elk dorp (Matt. 9:35-38), Hij stuurde Zijn discipelen naar specifieke bevolkingsgroepen (Lukas 9:1-6). Hij zond 72 anderen naar plaatsen waar Hij zelf naar toe zou gaan (Lukas 10:1-23). Op die manier maakten Zijn volgelingen kennis met het principe om alle volken te bereiken.
Het patroon dat Jezus toont is heel simpel en tegelijk heel diepgaand. Hij toonde het regelmatig aan Zijn leerlingen. Hij richtte zich op hele groepen (en gezinnen) of hele steden (denk aan Zijn bezoek aan Samaria in Johannes 4). Zijn focus lag op ‘mensen van vrede’. Zo’n persoon opent zijn sociale groep om het evangelie te horen. Gericht zijn op een hele groep is zinvol, vooral sociologisch en praktisch wat aantallen betreft, aangezien het vaak om een lang volgehouden groei gaat.

De rol van de discipel is ‘holistisch’. Jezus volgelingen werden uitgezonden om het goede nieuws te brengen, maar ook om de zieken te genezen en de demonen uit te werpen. Ze waren afhankelijk van het huisgezin dat hen ontving, meer dan van het verstrekken van alle antwoorden op alle vragen. Ze moesten zich concentreren op de mensen van vrede, eerder dan op het ‘van deur tot deur’ gaan. De nieuwe groepen die op die manier ontstaan zijn veel meer geschikt om hun gemeenschap te bereiken dan een buitenstaander.
De focus op het discipelen maken van hele groepen, zoals die te zien is in het boek Handelingen,toont aan dat – op enkele uitzonderingen na, zoals Paulus, de Ethiopische kamerling en gouverneur Sergius Paulus) als groep tot geloof kwamen. Paulus en zijn medewerkers volgden het model van Jezus door bewegingen op gang te brengen onder bepaalde bevolkingsgroepen, die multicultureel, multireligieus en vaak vijandig gezind waren. Dit soort bewegingen zorgde ervoor dat iedereen in een bepaalde regio de kans kreeg om over Jezus te horen. We zien dat in Jeruzalem het aantal volgelingen snel steeg (Handelingen 6:1,7). Als Paulus door Cyprus reist, wordt er gesproken over ‘het hele eiland’ (Hand. 13:6). Bij Frygië lezen we dat het Woord van de Heer zich door de hele regio verspreidde (Hand. 13:49). Bij de verkondiging van het evangelie in Ikonium lezen we dat een groot aantal van Joden en Grieken tot geloof kwamen (Hand. 14:1), dat er in Lystra een aantal discipelen waren (Hand. 14:22) en in Derbe een groot aantal (Hand. 14:21). Tijdens zijn reis door Macedonië kwamen in Filippi zowel het gezin van Lydia als dat van de gevangenbewaarder tot geloof. In Thessalonica is er sprake van enige Joden en een groot aantal Godvrezende Grieken, evenals veel vooraanstaande vrouwen (Hand. 17:4). In Berea geloofden veel Joden, samen met vooraanstaande vrouwen en mannen uit de Grieken (Hand. 17:2). In Athene kwamen sommigen tot geloof (Hand. 17:34) terwijl in Corinthe het gezin van Crispus genoemd wordt, evenals veel andere inwoners van de stad (Hand 18:8).
Efeze was een duidelijk voorbeeld; er staat geschreven dat binnen een tijdperk van 2 jaar alle Joden en Grieken die in de provincie Asia woonden, het Woord van de Heer gehoord hadden (Hand. 19:10). Zo’n 15 miljoen mensen (volgens de Romeinse tellingen) konden alleen maar Gods Woord horen binnen die twee jaar omdat Zijn discipelen gehoorzaam waren en het Woord verkondigden.

Alleen het gebruik maken van verschillende discipelschapsbewegingen kunnen de uitspraak van Paulus verklaren: ‘van Jeruzalem tot in Illyricum (de Balkan), heb ik het evangelie van Christus gepredikt’ (Rom. 15:9). In de ongeveer 15 jaar waarin Paulus heeft rondgereisd, was het voor hem praktisch onmogelijk om op al die plaatsen zelf het evangelie te verkondigen. De enige manier waarop deze uitspraak in de Bijbel accuraat kan zijn, is dat Paulus ervoor gezorgd heeft dat discipelen de streken introkken en het evangelie predikten.

Een aantal basisprincipes

God is de leraar, door de Heilige Geest.
De outsider helpt nieuwe discipelen om direct van de Vader te leren en te gehoorzamen aan alles wat Jezus geboden heeft (Jes. 54:13, Jer. 31:33-34, Matt. 23:8, Joh. 6:45, 14:25)
De essentiële factor: discipelschapsgroepen die op gehoorzaamheid gebaseerd zijn
Zonder deze groepen zullen discipelschapsbewegingen niet van de grond komen. De leden van de groep luisteren naar de Schrift, vertellen elkaar erover, bespreken de inzichten die God geeft en zoeken naar wat God in een bepaalde Bijbelpassage van hen vraagt. De mensen gehoorzamen aan alles wat ze die week geleerd hebben.  Op de volgende bijeenkomst delen ze met elkaar op welke manier ze de geboden hebben gehoorzaamd (of niet). Rekenschap aan elkaar afleggen is een vitaal onderdeel van het proces. Daardoor is ook hun theologie heel sterk: goede gehoorzaamheid leidt tot goed geloof.

Transformatie
Getuigenissen van verschillende bewegingen laten zien dat (bijvoorbeeld) alcoholisme daalt in de regio waar ze actief zijn. Het voortdurende getuigenis doet mensen drank of geweld afzweren. Kerken gaan erop vertrouwen dat God voorziet in de noden van de armen, de weduwen en de wezen. In Zuid-Azië zijn er voorbeelden dat een hele gemeenschap er mee stopte om hun dochters als seksslavinnen te verkopen. Een andere beweging in Zuid-Azië vroeg aan een naaister, die hindoe was, jonge vrouwen op te leiden om een eigen inkomen te verwerven. De enige eis die men stelde, was dat de deelnemers iedere week een verhaal uit de bijbel zouden lezen en een aantal simpele vragen zouden beantwoorden. Al snel kwamen de naaister, vijf hindoemeisjes en drie moslima’s tot geloof en werden ze gedoopt. Ook hun families kwamen tot bekering omdat ze de verandering in hun dochters zagen.

Bewegingen vandaag
Onderzoekers stellen vast dat er tenminste 150 gemeentestichtende bewegingen in de wereld zijn en dat er jaarlijks bij komen. We komen ze tegen in alle werelddelen. Discipelen maken nieuwe discipelen, leiders zorgen voor nieuwe leiders. Een aantal voorbeelden van dergelijke bewegingen:
-    Een beweging die vier jaar geleden van start ging in India telt nu reeds 7000 kerken, sommigen daarvan al van de achttiende generatie.
-    Een van de eerste  van de bewegingen begon 25 jaar geleden in een ander deel van India, in de Bhojpuri taalgroep. Onderzoekers hebben deze beweging gevolgd, en het laatste rapport spreekt over minstens 8 miljoen gedoopte gelovigen en ongeveer 200.000 kerken, die hun omgeving ook dienen met alfabetiseringsprojecten, gezondheidseducatie, enzovoorts.
-    Gemeentestichtende bewegingen van duizenden kerken groeien in gebieden die vijandig staan ten opzichte van de boodschap van Christus.
-    Een dergelijke  beweging is ontstaan in de Verenigde Staten onder bevolkingsgroepen die over het algemeen maar weinig aandacht krijgen van de bestaande kerken.

Exponentiële groei is een noodzaak
Kerken moeten nieuwe gemeenten stichten aan een tempo dat hoger ligt dan de traditionele verwachtingen. Alleen op die manier kan men de bevolkingsgroei bijhouden en alle mensen met het evangelie bereiken. Als een kerk er vijf jaar over doet om een nieuwe gemeente te stichten, zal het 30 jaar duren voordat die ene gemeente is uitgegroeid tot 64 nieuwe. Maar als een kerk een nieuwe gemeente sticht na een jaar, dan kunnen er in 15 jaar 32.000 nieuwe gemeenten gesticht worden. Er zijn voorbeelden dat dit ook in werkelijkheid gebeurd is.

Mogelijke problemen
Gaat een snelle groei niet ten koste van de zuiverheid van de leer?
De kans dat er ketterijen komen in deze bewegingen is kleiner dan in de traditionele aanpak. Veel dwaalleren zijn in de loop van de eeuwen ontstaan door leiders, niet door de groep. Het groepsproces waarbij mensen gezamenlijk aan God gehoorzaam zijn, maakt ontsporingen onwaarschijnlijk.

Zijn discipelschapsbewegingen een bedreiging voor de bestaande kerken?
Dat zijn ze niet. Beproefde Bijbelse strategieën die ernaar streven om zoveel mogelijk discipelen te maken, zouden kerken enthousiast moeten maken, zelfs als een nieuwe aanpak inhoudt dat men zichzelf kritisch moet bekijken. Dat kan ongemakkelijk aanvoelen, maar uiteindelijk zal de beweging een grotere impact hebben.

Is er niet een goedopgeleide persoon nodig om voor het juiste onderwijs te zorgen?
Duidt een dergelijke vraag niet op een arrogant gebrek aan vertrouwen op het feit dat God zelf de meest bekwame leraar is?

Is het succes van deze bewegingen niet pijnlijk voor allen die op de traditionele manier werken?
We zouden ons beter druk maken over hoe de minst bereikte volken zich voelen zonder Christus.

Gevolgen
Vaak concentreert de missiologie zich op strategieën die tot groei zouden moeten leiden. Gemeentestichtende bewegingen baseren zich op strategieën die bewijzen dat ze groei voortbrengen. Het bestaan en de legitimiteit van deze bewegingen mag men niet sceptisch aan de kant schuiven, zoals dat in sommige zendingskringen toch gebeurt. De stelling dat er te veel aandacht is voor onbereikte volken is voor discussie vatbaar. Er is behoefte aan een evenwicht. Er zouden niet 3 procent van de zendelingen moeten zijn die zich ten dienste stellen van de 30 procent onbereikte volken, maar minstens 30 procent. De mensen die nog nooit het evangelie gehoord hebben, moeten met de beste methoden benaderd worden. De eenvoudige en diepgaande strategie die Jezus toepaste (anders dan sommige ingewikkelde maar niet effectieve inspanningen van tegenwoordig) moet worden gebruikt om hele volken te bereiken. Beter methodes die hun nut hebben bewezen, Bijbels zijn en tot groei en verandering leiden, verdienen de voorkeur boven theoretische methoden die hun nut niet bewezen hebben. Gemeentestichtende bewegingen die een hele samenleving veranderen kunnen zorgen voor de nodige groei die sneller gaat dan de bevolkingsaanwas. Op die manier kunnen ze de ‘onvoltooide taak’ volbrengen.

Kent Parks is de leider van Beyond (voorheen Zending onder de Onbereikte Volken), een organisatie die zich richt op gemeentestichtingsbewegingen die onbereikte bevolkingsgroepen transformeert. Hij en zijn vrouw Erika (die verantwoordelijk is voor de training) hebben 20 jaar gewerkt onder onbereikte moslimgroepen in Zuid-Oost Azië. Hij is ook betrokken bij de Lausanne-beweging. Kent heeft een doctoraat in zendingsstrategieën.


Nieuwsbrief