slide 1

                            

 

 

                                                                                                                                                                   WelkomOpDeWebsite 

 

                                                                                                                          

                                                                                                                                                                                            

 

 

               

                                                                  

 

slide 2

 

 

EenKoepelVoorOrganisaties

                                                                                 

 

                                                                                                                                                                                                              
 

 

                                

     

                      

                                                                                                                                    
 

slide 3

 

 

 

 

 

blauwenkerken              

 

 

 

               

slide 4

 

 

 

 

 

                                                                                                                      GebedsbijlageIntercomSAmen

 

 

   

 

 

 

      

                                                                                           

                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                              

slide 5

 

 

deelvandeontmoetingsdagenRoos

50 jaar bio-ethiek

LogoEIB BioEthiekDe term ‘bio-ethiek’ stamt uit het begin van de jaren ‘70. Deze (moraal)wetenschap is ontstaan in het kader van de controle op medische experimenten, en heeft in de afgelopen halve eeuw een belangrijke plaats gekregen. Voor het Europees Instituut voor de Bio-ethiek (EIB) was dit ‘jubileum’ een reden om een speciaal dossier uit te brengen. Daarin wordt aandacht besteed aan het gebruik van woorden in de bio-ethiek. Naar aanleiding hieronder een aantal bedenkingen.

Ook al wordt de term pas een vijftigtal jaar gebruikt, het onderwerp is op zich al veel ouder. De Griekse filosofen verwonderden zich reeds over het leven, en kwamen tot de conclusie dat de mens een bijzondere plaats inneemt. Artistoteles (385 – 323 v. Chr.) – een leerling van Plato – merkte op dat ‘de mens de enige van de dieren is die de logos bezit’. Het begrip ‘logos’ (denk ook aan het eerste hoofdstuk van het evangelie van Johannes) stond voor deze filosofen voor de rede, maar ook voor de spraak, het woord.

 

De mens onderscheidt zich van andere levende wezens door het feit dat hij de mogelijkheid heeft om, met betrekking tot de ontplooiing van het leven in hem, op afstand te kijken naar het spreken: de spraak stelt hem niet alleen in staat om de natuur waarvan hij deel uitmaakt te beschrijven, maar ook om te oordelen over de oriëntatie van dit leven dat zijne is, in de formulering van de ethiek. Met andere woorden: een mens kan tot morele oordelen komen, daar waar het gewone dierlijke leven zich grotendeels beperkt tot overleven, het volgen van het instinct door voeding, verdediging en voortplanting. De mens is meer dan zijn instinct, want hij oordeelt, denkt na, beslist en spreekt.

Onder woorden
Zonder de taal zou de mens de bio-ethiek uiteraard niet kunnen beoefenen. Door middel van onze woorden maken we duidelijk wat een bepaalde praktijk is, maar ook of we die goed vinden of niet. Maar hoe gesofisticeerd onze taal ook is, we kunnen er niet alles mee uitdrukken. Een andere beperking waar we in de bio-ethiek mee te maken hebben, is het feit dat de wetenschap niets kan zeggen over de zaken die zintuiglijke waarneming te boven gaan. Een wetenschapper zal alles doen om een theorie experimenteel te bewijzen. Zo kan men berekenen hoe snel een voorwerp valt als gevolg van de zwaartekracht. Een laboratorium biedt de mogelijkheid om na te gaan of de waarneembare werkelijkheid zich gedraagt zoals de theorie voorspelt. De wetenschapper beschikt over talloze instrumenten om metingen uit te voeren. Maar die beperken zich tot het natuurlijke – over het bovennatuurlijke kan de wetenschap zich niet uitspreken. Dat verklaart waarom geloof en wetenschap soms met elkaar in conflict zijn. Geloof – en op geloof gebaseerde uitspraken en stellingen – kunnen niet in een laboratorium onderzocht worden.

In de zoektocht naar ‘goed en kwaad’ wordt dikwijls verwezen naar het geweten. Maar dat is voor ieder mens op z’n minst gedeeltelijk uniek en dat kan er toe leiden dat elk individu zijn eigen ethiek heeft. In de huidige pluralistische maatschappij is het idee dat het oordeel aan ieder persoonlijk moet overgelaten worden, populair. Tegelijk kan men er niet op heen dat er ook een gemeenschappelijke moraal moet zijn, anders kunnen er geen regels en wetten worden vastgelegd. Eeuwenlang bepaalde religie wat goed en kwaad was. De laatste eeuwen werd het oordeel eerder een kwestie van persoonlijke of politieke beslissingen.

Dialoog
Waren waarden en normen vroeger veeleer een kwestie van regels die van bovenaf werden opgelegd, dan gaat het nu vooral om een discussie. We spreken over wat goed en kwaad is, en dat vereist een eerlijke dialoog. Die moet dan wel gebaseerd zijn op begrippen die voor de deelnemers aan het gesprek dezelfde inhoud hebben. Helaas is dat niet altijd het geval, en dat leidt voortdurend tot spraakverwarringen.

Het woord bio-ethiek zelf bestaat uit de samenstelling van de Griekse termen ‘bios’ en ‘ethos’, ofwel ‘leven’ en ‘moraal’. Het gebruik van Griekse termen is zeker niet vreemd in de wetenschap, maar het kan ook verhullend zijn. Neem het begrip ‘euthanasie’. Letterlijk een samenstelling vande woorden ‘goed’ en ‘dood’.  Tegenstanders zullen dat een verkeerde term vinden, maar voorstanders van vroegtijdige levensbeëindiging zullen er geen probleem mee hebben. En natuurlijk, het gebruik van ‘vroegtijdig’ kan ook de bijklank hebben dat het tijdstip van overlijden op een of andere manier op voorhand vastligt – en dat is een idee dat in veel godsdiensten voorkomt.

Bepaalde termen kunnen bewust als misleiding gebruikt worden. Gelukkig zijn de extremen de uitzondering, maar Adolf Hitler had het over de uitroeiing van parasieten als hij het over de Joden had, en tijdens de genocide in Rwanda sprak men van de vernietiging van kakkerlakken waar het over Tutsi’s ging. Het zijn voorbeelden van het ernstig misbruiken van taal. Maar het Europees Instituut voor de Bio-ethiek wijst ook op de gevolgen van een verschillende invulling van een bepaald begrip. Als voorbeeld wordt de term ‘embryo’ genoemd. Is het ongeboren kind al een kind, of is het in dat stadium nog een ding? Voor- en tegenstanders van abortus zouden het eens kunnen zijn over het feit dat je een menselijk wezen niet mag doden, maar het maakt een enorm verschil wanneer je zegt dat het menselijk leven reeds bij de bevruchting begint (zoals dat onder andere in de christelijke metafysica verdedigd wordt) of wanneer je het begin van het leven pas zet op het moment van de geboorte (de naturalistische visie). Of zoals het rapport zegt: In het eerste geval is het embryo van meet af aan bekleed met de waardigheid die wij als menselijke persoon erkennen, aangezien het door een man en een vrouw is voortgebracht; in het tweede geval blijft het een cellulair aggregaat dat als menselijk lichaamsmateriaal kan worden behandeld, aangezien het nog niet in staat is tot menselijke communicatie.

Waardigheid    
Een centraal begrip in de bio-ethische discussies is waardigheid. Zo wordt euthanasie ook gelinkt aan ‘waardig sterven’. Nu is er niets mis aan het streven naar waardigheid – de meesten onder ons willen graag waardig leven en waardig sterven – maar wat is waardig en wat is onwaardig? Houdt het in dat iedere vorm van pijn en lijden wordt uitgeschakeld, of is er een bepaalde reden voor tegenslagen, zoals dat in veel religieuze systemen benadrukt wordt? Waardigheid is dikwijls een subjectief begrip, wat het moeilijk maakt om er algemeen geldende regels rond te maken: ‘Wanneer iemand om de dood vraagt om zichzelf of zijn omgeving het trieste beeld te besparen van een vernederd en afhankelijk wezen, wil hij ook hier vanuit zijn eigen oordeel de waardigheid beoordelen en waarvan hij eist dat die wordt gewaarborgd’. De benadering illustreert de klemtoon die maatschappelijk gezien steeds sterker gelegd wordt op het concept van ‘zelfbeschikking’. Mensen worden verondersteld zelf te besluiten wat goed voor hen is, zolang het niet ten koste van anderen gaat. Ook hier is er een kloof met de vroegere, christelijke benadering, die stelt dat de uiteindelijke beschikking over het leven niet bij de mens, maar bij God ligt.

Toezicht vanuit de overheid
De afgelopen 50 jaar heeft de bio-ethiek zich een vaste plaats veroverd in het sociale landschap. Er ontstonden ethische commissies op verschillende niveaus en elk land heeft wel een plaats van ethische bezinning over de biowetenschappen en de gezondheidszorg gecreëerd. In België is dat het Raadgevend Comité voor Bio-ethiek. Die instantie heeft adviezen en richtlijnen  uitgebracht over een heel scala van ethische onderwerpen, zoals euthanasie, de bescherming van biotechnologische uitvindingen, therapeutisch klonen, transseksualiteit, toegang tot zorgverstrekking, gedwongen behandelingen, enzovoorts. In de beschrijving van de diverse standpunten is het correct gebruik van begrippen cruciaal. Het gebruik van bepaalde terminologie kan een heel verschil maken. Een voorbeeld: men spreekt liever over zwangerschapsonderbreking dan over abortus. Eigenlijk zou het ‘afbreking’ moeten zijn; een zwangerschap wordt immers niet onderbroken – op pauze gezet – maar afgebroken: er wordt een definitief einde aan gemaakt. Ook het begrip ‘noodsituatie’ is voor verschillende interpretaties vatbaar. Het idee werd in de wetgeving geïntroduceerd om abortus te decriminaliseren in uitzonderlijke situaties. Tegenstanders van de wet wijzen er op dat vrijwel elke reden als ‘nood’ kan worden gepresenteerd – uiteindelijk is de noodsituatie datgene wat de vrouw in kwestie als zodanig ervaart. Een andere vermomming van het begrip abortus gebeurt door de algemene omschrijving ‘seksuele en reproductie gezondheidsrechten’. Een dergelijke omschrijving is meestal acceptabel in landen waar abortus verboden is. Het gaat over veel meer dan zwangerschapsafbreking – en in veel gevallen wordt er terecht geijverd voor vrouwenrechten – maar binnen de ‘pro-life-beweging’ wordt abortus zeker niet als een gezondheidsrecht gezien.

De discussies op het vlak van bio-ethiek zijn verre afgerond; wellicht staan we nog aan het begin. In dat gesprek moeten dan wel de juiste woorden gebruikt worden, en moeten de deelnemers aan het debat beseffen dat ieder begrip een eigen invulling kan krijgen – wat de gedachtewisseling bepaald niet gemakkelijk maakt.

(bron: Europees Instituut voor de Bio-ethiek)