slide 1

                            

 

 

                                                                                                                                                                   WelkomOpDeWebsite 

 

                                                                                                                          

                                                                                                                                                                                            

 

 

               

                                                                  

 

slide 2

 

 

EenKoepelVoorOrganisaties

                                                                                 

 

                                                                                                                                                                                                              
 

 

                                

     

                      

                                                                                                                                    
 

slide 3

 

 

 

 

 

blauwenkerken              

 

 

 

               

slide 4

 

 

 

 

 

                                                                                                                      GebedsbijlageIntercomSAmen

 

 

   

 

 

 

      

                                                                                           

                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                              

slide 5

 

 

deelvandeontmoetingsdagenRoos

Religieuze identiteit, nationalisme en geweld

InterCom180622 LausanneReligiousIdentityIn de recente editie van de Lausanne Global Analysis schrijft Tehmina Arora, jurist uit Delhi (India), gespecialiseerd in mensenrechten over de problematiek rond religieuze identiteit, nationalisme en geweld. Ze vraagt zich daarbij af wat er tegen het toenemende geweld gedaan kan worden. In veel delen van de wereld zijn de conflicten immers een groot probleem. Een samenvatting …

In het zuiden van Azië is godsdienst een belangrijk onderdeel van de identiteit van een persoon. Dat heeft te maken met de achtergrond van kolonialisme, maar ook met de grote verscheidenheid in taal en cultuur. Een aantal politieke en maatschappelijke groeperingen misbruiken die verschillen. In het recente verleden is er een toenemende overlapping tussen gewelddadig religieus fundamentalisme en nationalisme. Dat heeft geleid tot vijandigheid ten opzichte van religieuze minderheden, in het bijzonder de christenen. Enkele voorbeelden:

 

- In India, waar hindoes veruit in de meerderheid zijn, worden christenen regelmatig aangevallen door oproerkraaiers die reageren tegen ‘gedwongen bekeringen’. Ook moslims, die ervan beschuldigd heilige koeien te slachten en te eten, zijn slachtoffer van het geweld. 

- In Bangladesh worden hindoes en boeddhisten regelmatig aangevallen door menigten die beweren moslims te zijn. Er zijn ook verschillende aanvallen bekend op bloggers en atheïsten, een teken van de toenemende onverdraagzaamheid.

- Op Sri Lanka leiden boeddhistische monniken de strijd tegen evangelische christenen en moslims. Ze ijveren voor strike anti-bekeringswetten.

- In Pakistan worden christenen en hindoes – en zelfs een aantal moslimgroepen als de Ahmadis en de sjia’s – sterk geviseerd door de ‘godslasteringswetten’. Valse beschuldigingen en gewelddadige aanslagen zijn schering en inslag.

Toenemend geweld

Het toenemende geweld resulteert in onzekerheid en in het verlies van leven en bezittingen. Ook meer en meer beperkingen van het religieuze leven – door de overheid – zijn daarvan gevolgen. Het gaat dan om maatregelen die bepalen hoe godsdienstige gemeenschappen mogen samenkomen, hoe ze giften mogen ontvangen (of juist niet), en zelfs hoe ze hun geloof mogen beleven. Zo heeft het geweld tegen christenen in India er herhaaldelijk toe geleid dat er anti-bekeringswetten werden goedgekeurd, die de rechten van de gelovigen nog verder beperken.

Welke factoren voeden het geweld?

De belangrijkste factoren die brandstof geven aan het religieus gemotiveerde geweld zijn een cultuur van straffeloosheid, propaganda tegen minderheidsgodsdiensten en het onvermogen om een gemeenschappelijke identiteit onder de burgers te creëren. 

1) Een zwakke ordehandhaving en een cultuur van straffeloosheid

De toestand van de rechtsstaat wordt jaarlijks in 113 landen geëvalueerd door het World Justice Project. Er worden 44 indicatoren nagegaan zoals de sterkte van het overheidsapparaat, de aanwezigheid van corruptie, het respect voor de fundamentele rechten en dergelijke. De landen van Zuid-Azië scoren over het algemeen slecht. Nepal is het hoogst gerangschikte land, met een 58ste plaats. De rest staat ergens tussen plaats 60 en 100. Dit duidt op een slecht functionerend rechtssysteem, waardoor de indruk ontstaat dat het geweld niet gestraft wordt.

Om een voorbeeld te noemen, volgens de gegevens van het United Christian Forum waren er in 2017 in India 250 gewelddadige incidenten tegen christenen, maar slechts 23 daarvan werden officieel aangegeven. In de laatste drie jaar werden minstens 278 mensen vermoord en ruim 6500 gewond als gevolg van het geweld. Zelden werden de daders vervolgd of veroordeeld. In veel gevallen konden de daders niet geïdentificeerd worden of werden de feiten niet als misdadig beschouwd. Als we dit combineren met het lage opleidingsniveau,  veelvoorkomende corruptie en armoede en een zwak justitieapparaat, dan ontstaat al snel de perceptie dat gewelddadig religieus nationalisme ongehinderd kan voortwoekeren. De daders weten dat ze er ongestraft mee wegkomen.

2) Het gelijk van de meerderheid en de propaganda tegen minderheden

Religieus nationalisme is extreem problematisch  wanneer het door de meerderheidsreligie gebruikt wordt om duidelijk onderscheid te maken tussen meerderheid en minderheid. Mensen worden geleerd onderscheid te maken tussen ‘wij’ en ‘zij’. Er wordt duidelijk gemaakt dat ‘hun’ opvattingen diametraal staan tegenover ‘onze’ opinie. Muren worden snel opgericht en vallen heel moeilijk. Stereotypen zijn hardnekkig en vooroordelen ontstaan heel gemakkelijk. ‘Moslims zijn nu eenmaal zo’, ‘Pinkstergroepen gedragen zich altijd zo’, ‘Katholieken zouden dat nooit doen’, ‘Hun cultuur is nu eenmaal anders’, en dat soort meningen. 

In India wordt propagandamateriaal meestal gedistribueerd in de lokale taal en vaak gedeeld op de sociale media. Op die manier worden er mythen gecreëerd rond christenen en moslims, de twee minderheidsgroepen die het vaak moeten ontgelden. Wanneer verhalen vaak genoeg verteld worden, beschouwt men ze graag als waar. De belangrijkste beschuldiging is dat deze groepen zich schuldig maken aan onethische en gedwongen bekeringen. Volgens de geruchten geven christenen grote bedragen (en andere verleidingen) om mensen over te halen christen te worden. Als gevolg hebben al heel wat Indische provincies dat soort bekeringen verboden. Toch is er sinds de invoering van de eerste wetten, eind jaren ’60, nog maar één geval van een dergelijke ‘bekering’ bekend. Intussen heeft India nu ook wetten die regelen hoe giften van buitenaf het land mogen binnenkomen, en hoe ze besteed mogen worden. Dergelijke praktijken vinden niet alleen in India plaats – eigenlijk is het een bekend verschijnsel in heel Zuid Azië.

3) Het onvermogen om een gemeenschappelijke identiteit te creëren.

Heel vaak focussen religieuze nationalisten zich slechts op één aspect van de identiteit van een persoon of groep. Door de nadruk te leggen op de verschillen in plaats van op de overeenkomsten, wordt een verdeeldheid tussen gemeenschappen geschapen. Zelfs de gemeenschappelijke taal en cultuur worden conflictpunten. 

Niemand heeft eigenlijk slechts één identiteit. We zijn veelzijdig samengestelde wezens met heel uiteenlopende interesses. Waar iemand woont, waar hij vandaan komt, welk geslacht hij of zij heeft, uit welke klasse iemand afkomstig is, tot welke politieke stroming hij behoort, welk beroep hij heeft en wat zijn voedingsgewoonten zijn, … alles draagt er toe bij dat we ons tot een bepaalde groep rekenen (of gerekend worden). En doorgaans behoren we tot verschillende groepen en zegt dat op zich weinig over onze echte identiteit. 

Religieuze nationalisten hebben de neiging om de identiteit van mensen te reduceren tot de religieuze identiteit. Zo worden minderheden geïsoleerd.

Hoe moeten we reageren?

Wat moeten christenen doen als ze geconfronteerd worden met groeiend geweld en toenemende vijandigheden? Tehmina Arora doet op grond van haar eigen ervaring in India de volgende suggesties. Daarbij richt ze zich vooral op de oorzaken van het religieus geweld.

 

1) Werk aan de versterking van de rechtsstaat.

a) Juridische geletterdheid: de kerk en andere maatschappelijke groepen moeten werken aan de versterking van de rechtsstaat door de samenlevingen een beter inzicht te geven in de juridische mechanismen en de basis mensenrechten. Een gemeenschap wordt veerkrachtiger ten opzichte van religieus geweld wanneer men weet toegang te krijgen tot het rechtssysteem. Mensen moeten weten wat er gedaan kan worden tegen de schending van hun mensenrechten, zowel door de staat als door anderen.

b) Hulp bij procesvoering: juridische instellingen zijn vaak ingewikkeld en werken meestal traag. Slachtoffers hebben vaak ondersteuning nodig in hun contacten met het gerechtelijk apparaat. Zaken worden dikwijls vervoegd afgesloten omdat slachtoffers en getuigen schrik hebben, kwetsbaar zijn en er alleen voor staan. Christenen doen er goed aan om naast de slachtoffers te staan en hen te helpen de procedure voort te zetten. Ze kunnen zorgen voor rechtsbijstand voor de slachtoffers.

c) Pleiten voor beleidswijzigingen: christenen moeten mogelijkheden creëren voor godsdienstige minderheden en kwetsbare gemeenschappen aanmoedigen om deel te nemen aan het pleiten voor beleidswijzigingen. Een betere bescherming van de fundamentele rechten, een duidelijke scheiding van de machten en een toenemende transparantie in alle staatsinstellingen zijn cruciaal bij het versterken van de rechtsstaat. 

 

2) Reageer op propaganda 

a) Het is enorm belangrijk dat de christenen (en de maatschappij) de leugens weerleggen. Een van de manieren waarop dit kan gebeuren is door mensen de kans te geven iets van hun eigen geloof te delen.

b) Er moeten gelegenheden in scholen en colleges geschapen worden om kinderen en jonge mensen om de samengestelde cultuur van hun regio te begrijpen. Geen enkele godsdienstige gemeenschap kan de cultuur opeisen – en dat geldt specifiek voor Zuid Azië.

c) Christenen zouden ook, waar toepasselijk, gerechtelijke actie moeten ondernemen tegen organisaties of personen die geweld tegen godsdienstige minderheidsgroepen in gang zetten, door klacht neer te leggen bij de politie.

 

3) Een gemeenschappelijke identiteit smeden

Om een gemeenschappelijke identiteit te smeden moeten kerken gelegenheden aangrijpen waardoor het Lichaam van Christus kan werken aan gezamenlijke projecten ten voordele de hele samenleving, ten voordele van iedereen. Te vaak worden minderheden door de politiek in de loopgraven geduwd. Christenen in Zuid-Azië, die een minderheid vormen, moeten de verleiding om zich terug te trekken weerstaan. Ze zouden hun gemeenschappelijke identiteit moeten omhelzen om zo nieuwe relaties te bouwen. De Lausanne beweging herinnert er iedereen aan dat de kerk een gemeenschap is van Gods volk, eerder dan een instituut. De kerk mag niet geïdentificeerd worden met een specifieke cultuur of ideologiue, of een zeker maatschappelijk of sociaal systeem.

Conclusie

Als antwoord op de groeiende overlapping tussen religieuze en nationalistische identiteiten en het daarop volgende geweld tegen godsdienstige minderheden, moet benadrukt worden dat er een verscheidenheid is binnen één lichaam en dat de liefde en het respect voor elkaar een uniek en belangrijk model biedt aan een wereld in nood. Het is enorm belangrijk dat christenen dit voorleven. Christenen moeten werken aan een versterking van het rechtssysteem en bouwen aan diepe en betekenisvolle relaties, in hun omgeving, in het geheel van de maatschappij en vooral met de mensen die het meest kwetsbaar zijn. 

 

 

Nieuwsbrief