slide 1

                            

 

 

                                                                                                                                                                   WelkomOpDeWebsite 

 

                                                                                                                          

                                                                                                                                                                                            

 

 

               

                                                                  

 

slide 2

 

 

EenKoepelVoorOrganisaties

                                                                                 

 

                                                                                                                                                                                                              
 

 

                                

     

                      

                                                                                                                                    
 

slide 3

 

 

 

 

 

blauwenkerken              

 

 

 

               

slide 4

 

 

 

 

 

                                                                                                                      GebedsbijlageIntercomSAmen

 

 

   

 

 

 

      

                                                                                           

                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                              

slide 5

 

 

deelvandeontmoetingsdagenRoos

Het is (g)een misdaad …

InterCom180720 AbortuswetAbortus verdwijnt uit het strafrecht, maar blijft toch strafbaar

De discussie rond de aanpassing van de wetgeving rond abortus die de afgelopen maanden gevoerd werd, bleef grotendeels buiten de media, maar verdiende eigenlijk veel meer aandacht. Immers, de voorstellen betekenden de grootste aanpassing sinds de moeizaam tot stand gekomen abortuswet in 1990, die tegelijk tot een diepgaande crisis van de monarchie leidde. Een dergelijke dramatische gebeurtenis lijkt vandaag ondenkbaar, al ligt de materie rond zwangerschapsafbreking nog altijd gevoelig.

De aanpassing van de abortuswet stond sinds 1990 herhaaldelijk op de agenda, maar de afgelopen maanden werden in de Kamercommissie Justitie serieuze stappen genomen naar een hervorming van de regelgeving. Vanuit de oppositie werden verschillende voorstellen ingediend om een aantal bepalingen te verruimen. Binnen de regering waren de meningen verdeeld: alleen CD&V toonde zich een uitgesproken tegenstander van het idee om abortus uit het strafrecht te halen. Een wisselmeerderheid – een coalitie tussen een aantal regerings- en oppositiepartijen leek een reële mogelijkheid, totdat de regeringspartijen een compromisvoorstel uitwerkten, waarin getracht werd de verschillende standpunten te verzoenen. Dat leidde tot het ‘wetsvoorstel betreffende de vrijwillige zwangerschapsafbreking’ dat ingediend werd door David Clarinval (MR), Carina Van Cauter (Open VLD), Valerie Van Peel (N-VA) en Els Van Hoof (CD&V).


Het is een typisch Belgisch compromis, waarin enerzijds de indruk wordt gewekt dat er niets verandert, terwijl anderzijds er een fundamentele wijziging in te zien valt. Principieel is de kogel door de kerk: door het opheffen van de artikelen 350 en 351 verdwijnt zwangerschapsafbreking uit het strafwetboek. In de plaats komt een nieuwe, specifieke wet die stelt dat ‘Hij die een vruchtafdrijving veroorzaakt bij een vrouw die daarmee heeft ingestemd, buiten de voorwaarden gesteld in artikel 2, wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden tot een jaar en tot een geldboete van honderd euro tot vijfhonderd euro. Die voorwaarden zijn, samengevat: de afbreking moet plaatsvinden voor de twaalfde week na de bevruchting, de zwangere vrouw moet uitgebreid ingelicht worden over alternatieven (zoals de mogelijkheid om het kind toch geboren te laten worden en dan te laten adopteren). Ook moet de arts de vrouw informeren over de mogelijke gevaren die aan een abortus verbonden zijn. Er dient duidelijk vastgesteld te worden dat de zwangerschapsafbreking niet onder  druk plaatsvindt en verder blijft de bedenktijd van 6 dagen gehandhaafd.

Niet verplicht
Een belangrijke clausule in de nieuwe wet, is dat niemand gedwongen kan worden om een abortus uit te voeren, al moet een arts die gevraagd wordt om een ingreep uit te voeren, wel vanaf het begin duidelijk maken dat hij of zij dat niet wil doen. Tegelijk moet hij de nodige informatie geven van een andere arts of een centrum voor zwangerschapsafbreking waar de vrouw wel terecht kan. De arts moet het medisch dossier ook doorsturen aan zijn collega.

Moreel juk
Het vage begrip ‘noodtoestand’ verdwijnt uit de wetgeving. Tot nu toe moest een zwangere vrouw die haar vrucht wilde laten afdrijven zich in een dergelijke situatie bevinden. Wanneer daar sprake van was, was de interpretatie van de vrouw zelf, zodat er in feite geen echte evaluatie mogelijk was. Vanaf nu volstaat het dat de vrouw aangeeft dat ze haar zwangerschap wil beëindigen. Waar tot nu toe abortus in principe verboden was, is het nu zo goed als een recht geworden. Dat was in feite ook een eis van de voorstanders van een wetswijziging. De meeste politieke partijen hadden daar ook op aangedrongen. Maartje De Vries van de PvdA schrijft daarover: “Eerst en vooral zorgt het feit dat de wet een zwangerschapsonderbreking vandaag blijft zien als een misdrijf voor een grote morele drempel. Het is echter geen misdrijf maar een medische handeling en dat moet zich weerspiegelen in de wetgeving. Daarom is de schrapping uit het strafrecht noodzakelijk. Pas als we abortus werkelijk kwalificeren als een medische handeling valt het morele juk weg”. De redenering wordt vaak gebruikt in de ‘pro-choice-beweging’: abortus wordt als iets slechts voorgesteld, terwijl het simpelweg een medische ingreep is. Vrouwen zien er tegenop om abortus uit te laten voeren, omdat ze daardoor een schuldgevoel kunnen krijgen. Door de ingreep niet meer als een misdaad te beschouwen, zou de verwerking achteraf gemakkelijker moeten verlopen.

Igance Demaerel verzette zich in een opiniestuk op knack.be tegen deze redenering: “Men wil abortus van een morele kwestie tot een louter medische kwestie reduceren, alsof het iets triviaals is zoals een appendix te laten opereren”. Hij betreurt ook dat een abortus slechts het verwijderen van weefsel is, zoals sommigen stellen: “Is het niet jammer dat in de discussie voor een vrijere abortuswetgeving één argument nooit gehoord wordt: dat dit ene embryo potentieel een prachtig mens kan worden, of liever, aan het worden is. Het is te gemakkelijk om een embryo te reduceren tot een ‘dingetje’ dat je weghaalt als het je niet uitkomt. Wie het debat reduceert tot puur technische vragen, haal alle menselijkheid er uit".

Mensenrecht
Voorstanders van een gemakkelijke abortus stellen de ingreep voor als een vrouwenrecht: zij beslist immers over haar lichaam en zij kan beslissen of ze een kind op de wereld wil brengen of niet. Toch is er een grote contradictie: In de Universele verklaring van de Rechten van de Mens – Ignace Demaerel noemt ze de ‘seculiere Tien geboden voor de vrijzinnigen’ - staat het ‘recht op leven’ als een van de belangrijkste fundamenten genoemd. Het is vreemd dat, een maal een mens geboren is, alles in het werk gesteld moet worden om dat leven te respecteren en te beschermen, terwijl we over het leven van een ongeboren mens naar believen kunnen beschikken.
Zijn universele waarden ondergeschikt aan ‘democratische beslissingen’? Met andere woorden: is het de meerderheid van de bevolking die beslist of iets moreel goed of kwaad is? Het is alleszins een argument in de opinie van Maartje De Vries: “Een recente bevraging onder de Belgische bevolking toont aan dat de meerderheid vindt dat abortus uit het strafrecht moet”. Hoewel dit in het nieuwe wetsvoorstel ook het geval is, gaat de wijziging haar niet ver genoeg: “De verschillende oppositiepartijen die eerder een wetsvoorstel indienden, ondersteunen een gezamenlijk wetsvoorstel dat (…) de wettelijke termijn tot achttien weken verlengt en de bedenktijd tot achtenveertig uur verkort. Een zeer progressief voorstel dat inspeelt op de realiteit en de noden van veel vrouwen. De meerderheidspartijen kwamen ook aanzetten met een eigen wetsvoorstel – op het eerste gezicht een goede zaak, maar schijn bedreigt. De regeringspartijen proberen de discussie te herleiden tot een symbooldiscussie en dat is het niet”.

Reacties
De Belgische bisschoppen hebben intussen laten weten dat ze zich niet kunnen vinden in de schrapping van abortus uit het strafwetboek. Op die manier wordt het als een zuivere medische handeling bekeken. Ze vrezen juist dat de vrouw die abortus gepleegd heeft, het grootste slachtoffer zal worden: “Heel veel vrouwen die abortus plegen, gaan door een rouwproces en hebben psychologische hulp nodig. Maar als het gewoon iets medisch wordt, kan hulp dan nog, mag je dat nog vragen? Vrouwen zullen zich op den duur nog moeten verantwoorden waarom ze hulp vragen. Elke abortus is een mislukking; het laatste dat we willen, is dat die vrouwen nog eens beschuldigd worden ook”. Omdat er op het eerste gezicht door de nieuwe wet niet al te veel lijkt te veranderen, kan de regering het voorstel als ‘louter symbolisch’ beschouwen. Het enige wat gebeurt, is dat de vermelding verdwijnt uit het strafwetboek. Maar Geert De Kerpel, woordvoerder van de Belgische bisschoppen vraagt zich af waarom abortus dan zo nodig uit het strafwetboek moet verdwijnen. Hij ziet de wetswijziging als een symptoom van een algemene tendens: “Alles samen bekeken is het ongewenste, nieuwe leven dus storend. En dat is een symptoom van een dieper liggend probleem in de samenleving. Dat begint bij het ongeboren leven en dat eindigt bij het oude, zieke leven. Maar het gaat ook over vreemdelinge, migranten, over alles wat onze dagelijkse planning verstoort. We kunnen daar gewoon niet meer mee om blijkbaar”.

Ook al komt er een sterke reactie vanuit Rooms-katholieke hoek, dat wil nog niet zeggen dat voor of tegen abortus een kwestie is van al dan niet gelovig zijn. Ook sommige ongelovigen zien abortus niet zitten en de pro-life-beweging bestaat zeker niet alleen uit mensen die kerkelijk geëngageerd zijn.

Straffen
Ook al wordt abortus uit het strafwetboek gehaald, toch voorziet de nieuwe wet een aantal strafbepalingen. Iemand die de voorwaarden waaronder een abortus mag worden uitgevoerd niet respecteert, kan tot een gevangenisstraf van drie maanden tot een jaar veroordeeld worden. Ook de vrouw die een abortus laat uitvoeren zonder daarbij de voorwaarden van de wet te respecteren, riskeert een gevangenisstraf of een boete. Wanneer bij een abortus middelen worden gebruikt die de dood (van de vrouw) tot gevolg hebben, wordt degene die ze gebruikt of aangewezen heeft veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 tot 15 jaar. Opvallend is ook dat iemand die probeert te verhinderen dat een vrouw vrije toegang heeft tot een zorginstelling die zwangerschapsafbrekingen uitvoert, ook veroordeeld kan worden. Wellicht probeert men hiermee de pro-life-beweging aan banden te leggen, hoewel die in ons land nooit acties tegen abortusklinieken uitvoert, zoals dat in de Verenigde Staten soms wel het geval is.

Alternatieven
Het aantal abortussen in België is over de jaren gestegen van 13.000 tot 20.000 per jaar. Die toename staat in schril contrast tot verschillende andere Europese landen: in Letland is het aantal abortussen tussen 2004 en 2014 tussen 2004 en 2014 met 61 procent teruggedrongen, in Roemenië met 58 procent en in Duitsland met 23 procent. Demaerel vraagt zich af: “Waar blijft België? Ook zonder God, geloof of religie in het debat te betrekken, blijft het argument van de menselijke waardigheid als een rots staan die je niet zomaar weg kan redeneren, omdat respect voor het leven de basis vormt van alle andere mensenrechten”. Volgens hem is het tijd voor een eerlijk debat, waarbij beide zijden de argumenten eerlijk onder ogen moeten zien: “De discussie is uiteraard al decennialang gepolariseerd, gepolitiseerd en gemediatiseerd. Beide kampen zitten in hun loopgraven. Wordt er nog echt naar de argumenten van de ander geluisterd? Gaat het nog echt om het belang van de vrouw in nood, of om dat van een ideologie, een partij, een politieke agenda? (…) Preventie en daadwerkelijke hulp zijn volgens mij duizendmaal te verkiezen boven een uitbreiding van de wet”.

(bronnen: knack.be, PvdA, de Kamer, vrtnws.be)

Nieuwsbrief