slide 1

                            

 

 

                                                                                                                                                                   WelkomOpDeWebsite 

 

                                                                                                                          

                                                                                                                                                                                            

 

 

               

                                                                  

 

slide 2

 

 

EenKoepelVoorOrganisaties

                                                                                 

 

                                                                                                                                                                                                              
 

 

                                

     

                      

                                                                                                                                    
 

slide 3

 

 

 

 

 

blauwenkerken              

 

 

 

               

slide 4

 

 

 

 

 

                                                                                                                      GebedsbijlageIntercomSAmen

 

 

   

 

 

 

      

                                                                                           

                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                              

slide 5

 

 

deelvandeontmoetingsdagenRoos

Grensverleggend: de discussie over euthanasie gaat verder

Ziekenhuisbeelden23BloeddrukmeterAWat te doen bij psychisch lijden?

De Belgische euthanasiewet die in 2002 werd goedgekeurd, blijft voor discussies zorgen. Niet verwonderlijk aangezien het om een delicate materie gaat die veel vragen oproept. En toch was de wet bedoeld om een einde te maken aan een reeks onduidelijke praktijken. Het feit dat levensbeëindiging op aanvraag niet legaal was, verhinderde niet dat er medische handelingen werden uitgevoerd die de dood op z’n minst versnelden. De wettelijke regeling kwam er dus, maar veel vragen bleven. Nadat de beperking wat leeftijd betreft door een wetswijziging werd afgeschaft, woedt momenteel de discussie rond de vraag hoe men moet omgaan met een verzoek voor euthanasie op grond van ondraaglijk ‘psychisch lijden’. Een oproep eerder dit jaar waarbij een aantal artsen vroegen om meer terughoudendheid op dit vlak, zette de debatten in gang.

Waar vroeger euthanasie altijd strafbaar was, voorziet de wet nu een aantal uitzonderingen waarbij de uitvoerende arts van een mogelijke vervolging wordt vrijgesteld. Daarbij gelden voorwaarden, zowel voor patiënt als dokter. Bijvoorbeeld: de vraag tot euthanasie moet vrijwillig, dus zonder druk, worden gesteld, er moet vastgesteld worden dat de ziekte ongeneeslijk is en er dient sprake te zijn van ondraaglijk, uitzichtloos lijden. In geval van lichamelijke ziekten is de situatie doorgaans redelijk duidelijk: de medische wetenschap kan vaak voorspellen wat de kansen op eventuele genezing zijn en de oorzaak van de pijn is dikwijls ook bekend. Los van de vraag of men euthanasie moreel aanvaardbaar vindt, vallen de omstandigheden waarin de patiënt zich bevindt goed waar te nemen en te beoordelen. Bij psychisch lijden is dit helemaal anders, omdat het hier veel meer om een perceptie gaat: de patiënt kan ondraaglijk lijden ervaren, zonder dat er aanwijsbare fysieke oorzaken zijn. Mag een arts in zo’n geval, wettelijk gezien, ook tot euthanasie overgaan?

Aan open brieven en petities rond het thema is er geen gebrek. Vorig jaar publiceerden 43 psychologen, psychiaters en hoogleraren van alle universiteiten een open brief onder de titel ‘Mogen we nu eindelijk vragen stellen’, waarin ze hun onvrede uitten over de manier waarop de wet in ons land wordt toegepast. Inmiddels heeft de brief al meer dan 150 ondertekenaars. De conclusies van het schrijven zijn: ‘Verstreng de criteria voor euthanasie bij psychisch lijden, laat op voorhand een controlecommissie de casus mee beoordelen, of haal bij voorkeur ondraaglijk en uitzichtloos psychisch lijden als motief voor euthanasie helemaal uit de wet’. Voorstanders van euthanasie – ook bij psychisch lijden - lanceerden daarop een petitie die de regelgeving evenals de mogelijk om levensbeëindiging te vragen bij elke vorm van lijden, wil behouden of zelfs uitbreiden.
Het document werd opgesteld door oncoloog Wim Distelmans, filosoof Johan Braeckman, klinisch psycholoog Manu Keirse, en nog een reeks mede-auteurs. De petitie werd intussen door meer dan 4500 mensen ondertekend.

Op een lezingavond, verzorgd door de Humanistisch Vrijzinnige Vereniging (HVV) ging Frank Schweitser (sociaal verpleegkundige en Master in de Wijsbegeerte en Moraalwetenschappen) in op de argumenten van de tegenstanders en probeerde hij die ook te weerleggen. Schweitser werkt momenteel aan een doctoraat over de uitklaring van wilsbekwaamheid van psychiatrische patiënten met een euthanasievraag. Een eerste argument dat door hem kritisch bekeken werd, was ‘geesteszieken kunnen nog altijd in een positieve richting ontwikkelen’. Met andere woorden: wie psychisch lijdt, bevindt zich niet noodzakelijk in een uitzichtloze situatie. Schweitser vindt dat de psychiatrie eerder bescheiden zou moeten zijn. Hij ziet meerdere psychiatrische aandoeningen waarvoor de huidige wetenschap geen remedie voor kent, bijvoorbeeld schizofrenie. Chris Velleman, coördinator van de EAV-Werkgroep Gezondheidsethiek en zelf arts van opleiding, nuanceert die opmerking: “schizofrenen zijn zeker niet altijd ongelukkig en het  gaat ook niet over ondraaglijk lijden. De sitautie van de meeste schizofrenen is onder controle, zolang ze hun medicijnen nemen. Natuurlijk, deze mensen leven vaak in een waanwereld, maar dat wil niet zeggen dat hun toestand ondraaglijk is”. Velleman kent uit eigen kring verschillende verhalen van mensen die door een diepe depressie met een euthanasievraag hebben gezeten, maar naderhand een verbetering hebben doorgemaakt, waardoor de vraag om het leven te beëindigen volledig verdwenen is. “Ik ken iemand die door omstandigheden in een zware depressie is terecht gekomen en die indertijd om euthanasie gevraagd zou hebben, mocht het wettelijk mogelijk geweest zijn. Maar uiteindelijk is hij er bovenop gekomen. Hij woont nu in Londen en is oudste van een gemeente”. Een duidelijk argument om heel omzichtig met euthanasie bij psychisch lijden om te gaan.

Ongeneeslijk?
Schweitser erkent vanuit zijn eigen ervaring als sociaal verpleegkundige in de psychiatrie dat situaties die op een bepaald moment hopeloos lijken, alsnog kunnen verbeteren. Maar hij stelt zich dan de vraag hoe lang men moet afwachten om te zien of er een effectieve behandelmethode is. Met andere woorden: tot wanneer kan je spreken van een ‘redelijke behandelingstermijn’? Hierover zegt de huidige wetgeving niets. Er is wel een wachttermijn wanneer iemand euthanasie aanvraagt louter omwille van ‘psychisch lijden’: tussen de eerste aanvraag en de eventuele uitvoering moet minstens een maand zitten. Veel psychiaters vinden die termijn te kort. Chris Velleman deelt die mening: “Ik zou zeker voor een jaar gaan, bij psychisch lijden dan toch. Uiteraard, bij een lichamelijke aandoening is die termijn er dikwijls niet”. In de wereld van de psychiatrie zijn er meer die aan een periode van 1 jaar denken en in de praktijk gaat er bij veel euthanasieaanvragen omwille van psychisch lijden een periode van 1 à 2 jaar over de procedure. Het toont aan hoe moeilijk het is om te beslissen iemands leven te beëindigen wanneer die lijdt aan een niet-progressieve psychische ziekte.

Het grote probleem als het gaat over euthanasie bij psychisch lijden is dat het vrijwel nooit gaat over mensen die terminaal ziek zijn. Met andere woorden: ze gaan niet dood aan de aandoening. Tegelijk hebben de patiënten het gevoel dat ze er ook niet mee kunnen leven. Wanneer het gaat om een lichamelijke aandoening en het duidelijk is dat de patiënt spoedig dood zal gaan, ligt het op zijn minst gevoelsmatig anders. Er is dan vaak niet zozeer sprake van het leven te beëindigen, maar wel van het stervensproces te verkorten. Chris Velleman, zelf zeker geen voorstander van euthanasie, kan in dergelijke gevallen daar wel begrip voor opbrengen: “Als je iemand een grote dosis morfine geeft om de pijn te verlichten, verkort dat wellicht ook iemands leven. Tijdens mijn opleiding heb ik iemand gezien die nog maar 27 jaar oud was Hij heeft er drie dagen over gedaan om te sterven. Hij had bloedingen, werd blind, doof, maar zijn hart hield vol. De assistent waaronder ik studeerde, en die maar een paar ouder was dan ik, zei: ‘Als ze zo jong zijn, dan wil het hart niet opgeven. Dat betekent dat je door heel die aftakeling gaat. De arts heeft dan meer morfine gegeven, de ademhaling is verminderd en die persoon is uiteindelijk gestorven aan een overdosis morfine. Vroeger noemden ze dat ‘passieve euthanasie’: je gaat over een bepaalde grens, maar het is begrijpbaar. Het gaat over mensen die aan het stervensproces begonnen zijn en waar geen terugkeer mogelijk is. Het was een kwestie van medelijden en het was niet om die mens te doden – al speelt dat in je achterhoofd wel mee. Ik kon daar wel inkomen”.

Achteraf of van te voren?
De wet aangaande euthanasie voorziet in een toezicht op de zaken waarin er tot levensbeëindiging wordt overgegaan. In de bevoegde commissie zitten enkele doctoren in de geneeskunde, hoogleraren in de Rechten en personen afkomstig uit kringen die belast zijn met de problematiek van ongeneeslijk zieke patiënten. Eén keer per maand onderzoeken de leden de registratiedocumenten die door de artsen werden ingevuld. In geval van twijfel (of de euthanasie wel binnen het wettelijk kader past) kan de Commissie aan de arts vragen haar alle elementen uit het medisch dossier te bezorgen. Het grote probleem is uiteraard het feit dat de controle pas achteraf gebeurt: mocht men ooit tot het besluit komen dat de euthanasie ten onrechte werd uitgevoerd, dan kan men de klok hoe dan ook niet terugdraaien. Hooguit kan de uitvoerende dokter een sanctie krijgen. Critici van de wet zijn dan ook van mening dat een evaluatie zou moeten plaatsvinden voordat er tot levensbeëindiging wordt overgegaan. Schweitser ziet dat niet echt zitten, vooral om praktische redenen. In de eerste plaats is het zo dat euthanasie in veel gevallen wordt uitgevoerd bij patiënten die nog maar enkele dagen te leven hebben (en dus niet op de volgende maand kunnen wachten, totdat de Commissie samenkomt). In de tweede plaats zou dat ook inhouden dat er nog meer artsen bij de procedure betrokken zouden moeten worden, terwijl het nu al moeilijk is om bijvoorbeeld een tweede en derde arts te vinden om het noodzakelijke advies bij de aanvraag te geven. In de medische wereld zijn eer relatief weinig artsen die effectief bij een euthanasie betrokken willen zijn. Ook professor Wim Distelmans, die een groot voorstander is van een duidelijke euthanasiewetgeving, ziet geen heil in een ‘a priori commissie’: “Dan creëer je een soort voorafgaande Spaanse inquisitie waarin mensen zich moeten verantwoorden waarom ze euthanasie willen. Als de arts in kwestie, na raadpleging van een aantal collega’s, samen met de patiënt tot de slotsom komt, is dat voldoende”.

Hellend vlak
Een van de meest gebruikte argumenten door de tegenstanders van de euthanasiewet, was vanaf het begin de redenering dat door iets dat tot dan toe verboden was, wettelijk mogelijk te maken – zij het onder heel wat voorwaarden – de deur wordt open gezet naar een steeds lossere regelgeving. Met andere woorden: wie iets begint toe te laten, begeeft zich op een hellend vlak. Chris Velleman is het daar mee eens en ziet dat ook gebeuren. Hoewel de vraag om euthanasie van de patiënt moet uitgaan en er geen enkele druk uitgeoefend mag worden, komt het in de praktijk voor dat een actieve levensbeëindiging gesuggereerd wordt. Niet dat zulke gevallen bewijsbaar zijn, maar het geeft toch een onbehaaglijk gevoel om te weten dat er in een aantal gevallen los wordt omgesprongen met de wettelijke procedures. Verder is er het feit dat er in de politiek steeds weer stemmen te horen zijn die de wet willen herzien en vrijwel altijd komt het dan neer dat het om een verruiming gaat.

Het is opvallend dat de scheidingslijn niet gelijk loopt met ‘gelovig’ of ‘niet-gelovig’. Manu Keirse, verbonden aan de Katholieke Universiteit in Leuven schreef mee aan het document ter verdediging van euthanasie bij psychisch lijden, terwijl in het psychiatrisch zieken in Zoersel – dat bekend staat als een zeer vooruitstrevende instelling – zowat alle psychologen en psychiaters de tekst ondertekenden die tot terughoudendheid opriep. Toch is er vaak juist vanuit christelijke kringen een groot bezwaar tegen euthanasie, aangezien men zaken van leven en dood aan God wil overlaten en niet zelf wil ingrijpen. Echter, in een samenleving die God steeds vaker buitensluit, is de proteststem nauwelijks hoorbaar. Onderzoeken wijzen uit dat de Belgische bevolking over het algemeen geen probleem meer heeft met de mogelijkheid van euthanasie. Dat juist de medische wereld grote vraagtekens plaatst bij de huidige wetgeving, is dan een opsteker voor de tegenstanders van de wet.

Dit artikel is de eerste in een reeks over euthanasie in België. De teksten zullen ook als downloads worden geplaatst op de website van de EAV.

(bron: De Morgen, Artsenkrant, HVV)


Nieuwsbrief