slide 1

                            

 

 

                                                                                                                                                                   WelkomOpDeWebsite 

 

                                                                                                                          

                                                                                                                                                                                            

 

 

               

                                                                  

 

slide 2

 

 

EenKoepelVoorOrganisaties

                                                                                 

 

                                                                                                                                                                                                              
 

 

                                

     

                      

                                                                                                                                    
 

slide 3

 

 

 

 

 

blauwenkerken              

 

 

 

               

slide 4

 

 

 

 

 

                                                                                                                      GebedsbijlageIntercomSAmen

 

 

   

 

 

 

      

                                                                                           

                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                              

slide 5

 

 

deelvandeontmoetingsdagenRoos

Nieuwe erkenningen en nieuwe voorwaarden


InterCom210104 NieuweErkenningenVlaamse regering werkt aan aangepaste regels voor geloofsgemeenschappen

Tussen de 50 en 100 lokale geloofsgemeenschappen wachten momenteel op een officiële erkenning door de overheid. Een deel daarvan kijkt daar al sinds 2016, toen voormalig minister van Binnenlands Bestuur Liesbeth Homans (N-VA) aankondigde geen plaatselijke kerken meer te erkennen, naar uit. Sindsdien belanden de aanvragen in de koelkast. Minister Bart Somers (Open VLD) van de huidige Vlaamse regering kondigde onlangs aan dat de dossiers weer ter hand zijn genomen. Tegelijk wordt er gewerkt aan een nieuwe regelgeving, die zowel op de hangende aanvragen als op de bestaande erkenningen van toepassing zullen zijn. Rode draad in de communicatie hierover, is dat de buitenlandse financiering van Vlaamse geloofsgemeenschappen zoveel mogelijk dient te worden beperkt.

Het decreet waar nu aan gewerkt wordt, zou in september 2021 van kracht moeten worden. Vanaf dat moment kunnen er dus weer nieuwe erkenningen worden verleend. Dat betekent niet dat die dan ook onmiddellijk gebeuren: in het ontwerp wordt een wachtperiode van vier jaar voorzien, waarin de plaatselijke geloofsgemeenschap, of dat nu bijvoorbeeld een protestants-evangelische kerk of een islamitische moskee is, zal moeten functioneren alsof ze erkend is en geëvalueerd zal worden of aan alle voorwaarden voldaan is. Tot nu toe kon een erkenning in principe plaatsvinden zodra het dossier volledig was.

 

De aanvragen die momenteel liggen te wachten, zouden evenwel nog na een jaar goedgekeurd kunnen worden. Het hele ontwerpdecreet laat zien dat voorzichtigheid voor alles gaat. Hoewel het  nergens expliciet wordt vermeld, is het duidelijk dat de angst voor moslimextremisme een grote inspiratiebron was bij het schrijven van de tekst. In discussie in het Vlaamse Parlement wordt er daarentegen wel openlijk over gesproken.

In zijn memorie van toelichting maakt minister Somers duidelijk dat de regering vasthoudt aan het systeem van erkenning van lokale gemeenschappen: “Het uitgangspunt is dat een erkende lokale geloofsgemeenschap waarmee dialoog gevoerd wordt, te verkiezen is boven een niet-erkende lokale geloofsgemeenschap waarmee geen enkel officieel  contact bestaat.” De minister benadrukt dat de geloofsgemeenschappen belangrijke partners zijn binnen de diverse samenleving, maar geeft ook aan dat de erkenningsregels aangescherpt moeten worden om het kaf van het koren te scheiden. “Lokale geloofsgemeenschappen die zich hierin inschakelen, zijn onze bondgenoten. Wij willen zoveel mogelijk harten voor ons maatschappijmodel veroveren, gebaseerd op wederzijds engagement. Iedereen heeft gelijke rechten, maar ook gelijke plichten. We stellen ook duidelijke grenzen die worden bepaald door de rechtsstaat en de fundamentele grondwaarden die eraan ten grondslag liggen. Onze rechtsstaat staat niet ter discussie. Geen enkele religie of levensbeschouwing staat boven de wet en de fundamentele beginselen vervat in de Grondwet en internationale mensenrechtenverdragen, zoals de scheiding der machten, de neutraliteit van de overheid, de scheiding van kerk en staat, het non-discriminatiebeginsel … Wie tegen ons maatschappijmodel ageert, verliest zijn erkenning.”

Momenteel zijn er in het Vlaamse Gewest 1712 lokale besturen van de eredienst erkend. Iets meer dan 1600 daarvan zijn rooms-katholiek, 49 protestants-evangelisch en 27 islamitisch. Die vallen allemaal onder het ‘eredienstendecreet ‘ van 2004, dat dus binnenkort herzien gaat worden. De actualisatie is gebaseerd op de zogenaamde ‘studie Torfs’, een onderzoek waartoe in de vorige regeerperiode opdracht gegeven werd aan de KU-Leuven. De studie van Rik Torfs, en anderen, stelt dat het regelgevend kader en de criteria voor de lokale geloofsgemeenschappen verfijnd moesten worden. In uitvoering van het huidige regeerakkoord worden de bestaande regels dan ook aangepast in lijn met de aanbevelingen van de studie.

Buitenlandse financiering
In zijn communicatie rond de nieuwe regelgeving, heeft minister Somers sterk de nadruk gelegd op het verbieden van buitenlandse financiering. De afgelopen jaren kwam de geldstroom van buitenlandse overheden naar Vlaamse geloofsgemeenschappen herhaaldelijk in het nieuws. Meer bepaald gaat het dan om een aantal moslimstaten die moskeeën in België ruimschoots van middelen (zouden) voorzien en daardoor ook over de nodige zeggenschap beschikken. De media hebben de afgelopen weken uitgebreid melding gemaakt van dat verbod op buitenlandse financiering, maar dit verdient toch enige nuance: het betreft geld dat van andere staten komt, niet van andere ondersteuners. Zoals dr. Geert Lorein, voorzitter van de Federale Synode ook aangeeft: “Het probleem zit niet in de buitenlandse financiering. Die is immers niet absoluut verboden en met de omschrijving valt zeker te leven, namelijk geen financiering ‘die afbreuk doet aan haar (de geloofsgemeenschap) onafhankelijkheid’. Dat principe hadden we al onderschreven tijdens de synodevergadering in La Hestre (na gesprekken op federaal niveau). We willen immers ook niet dat de Northern Methodists exact bepalen hoe we hier ons geloof beleven en we willen ook niet dat Tearfund in Verweggistan de plaatselijke gelovigen compleet overrulet.”

Opvallend genoeg wordt de nuancering wat betreft de buitenlandse financiering in de debatten niet echt benadrukt. Ook in zijn antwoord op vragen in het Vlaamse Parlement laat Bart Somers ruimte voor de interpretatie dat alle buitenlandse fondsen – dus ook die welke niet van een overheidsdienst komen. “Geloofsgemeenschappen die denken dat zij kunnen werken met een door het buitenland gesubsidieerde bedienaar van de eredienst, zullen hun erkenning verliezen. Geloofsgemeenschappen die worden gefinancierd of geïnstrumenteerd door het buitenland, zullen hun erkenning verliezen. Ik zal daar zeer consequent en zeer kordaat in handelen,” klinkt het bij de minister.

De filosofie achter het verbieden van buitenlandse staatsfinanciering is dat sommige vreemde mogendheden een beleid voeren dat onze staat probeert te ondermijnen. Minister van Justitie Vincent Van Quickenborne gaf recentelijk een negatief advies voor de erkenning van de Grote Moskee in Brussel: “De inlichtingendiensten melden mij dat er sprake is van Marokkaanse inmenging en spionage in de Grote Moskee. Marokko probeert op die manier om Belgische moslims naar zijn hand te zetten. En dat is natuurlijk een serieus probleem.”  De Staatsveiligheid zou ook ontdekt hebben dat verschillende mensen uit de Moslimexecutieve Marokkaanse spionnen zijn – iets dat vanuit die geloofsgemeenschap ten stelligste ontkend wordt. Het voorontwerp van decreet maakt wel een expliciete verwijzing naar mogelijke geweldpleging, door in de erkenningsvoorwaarden de bepaling op te nemen: ‘ze (de lokale geloofsgemeenschap, red.) ontvangt noch rechtstreeks, noch onrechtstreeks buitenlandse financiering of ondersteuning die afbreuk doet aan de onafhankelijkheid en ze ontvangt evenmin financiering of ondersteuning die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houdt met terrorisme, extremisme, spionage of clandestiene inmenging’.

Respect
Om het respect voor de grondwettelijke vrijheden te waarborgen, worden een aantal specifieke zaken genoemd in de erkenningsvoorwaarden. Zoals de verplichting om in geen geval, op welke wijze dan ook, medewerking te verlenen aan activiteiten die aanzetten tot discriminatie, haat of geweld jegens een persoon, een groep, een gemeenschap of leden daarvan. Ook is er de verplichting om alle redelijke inspanningen te ondernemen om personen die aanzetten tot discriminatie, haat of geweld jegens een persoon, een groep, een gemeenschap of de leden daarvan, te weren uit de organisatie en werking van de lokale geloofsgemeenschap.

Giftenregister
De overheid hecht veel belang aan financiële transparantie. Dat houdt onder andere in dat de jaarrekening van alle juridische structuren die aan een lokale geloofsgemeenschap verbonden zijn, bij een aanvraag zouden gevoegd moeten worden. Ook moet er een overzicht gegeven worden van de onderlinge financiële stromen van de twee voorgaande jaren tussen de lokale geloofsgemeenschap en de aan haar verbonden structuren. Om zeker te zijn dat een lokale kerk of moskee goed geïntegreerd is in de maatschappij, eisen de erkenningsvoorwaarden ook dat de geloofsgemeenschap duurzame contacten met de lokale besturen en de lokale gemeenschap onderhoudt, maar eveneens dat het principe van goed nabuurschap binnen de lokale gemeenschap gerespecteerd wordt. Aangezien regels pas zinvol zijn wanneer ze ook gecontroleerd kunnen worden, voorziet het ontwerpdecreet ruime mogelijkheden om de nodige vaststellingen te doen. Via de bevoegde instantie die door de Vlaamse Regering aangeduid wordt, wordt gecontroleerd of een kandidaat geloofsgemeenschap de verplichtingen naleeft. Dat houdt onder andere in dat er informatie-uitwisselingsakkoorden afgesloten worden tussen de toezichthouders en de besturen van de eredienst. De personeelsleden van de bevoegde instantie hebben volgens het voorontwerp zonder voorafgaande aankondiging toegang tot alle gebouwen bestemd voor de uitoefening van de eredienst – behalve de private woning van de bedienaar. Ze mogen identiteitscontroles uitvoeren, en eisen dat onmiddellijk alle informatie, documenten en informatiedrager in geschreven, digitale of analoge vorm overhandigd worden. De personeelsleden van de bevoegde instantie kunnen ook de bijstand vragen van de lokale en federale politie. Bij overtreding kunnen er sancties volgen, zoals het opschorten of het opheffen van de erkenning.

Om de financiële transparantie te waarborgen, vereist de overheid een ‘giftenregister’ waarin alle giften van in totaal minstens 500 euro in eenzelfde kalenderjaar opgetekend moeten worden: het register vermeldt de datum, de waarde en de aard van de gift, alsmede de wijze waarop de transactie is uitgevoerd en identificatiegegevens van de schenker. Dat register moet op verzoek onmiddellijk getoond worden aan het representatief orgaan (in dit geval de ARPEE, de Administratieve Raad van de Protestants-Evangelische Eredienst), de gemeente(n) waar de kerk onder valt en eventueel ook aan de financierende provincies en de provinciegouverneur. Het ontwerpdecreet benadrukt wel dat het register steeds vertrouwelijk behandeld dient te worden.

Nog niet definitief
Het wetsontwerp is momenteel nog een eerste versie, wat onder andere inhoudt dat de Raad van State er nog een oordeel over moet geven en dat er op politiek niveau nog de nodige discussies gevoerd zullen worden . Net als de vertegenwoordigers van de andere erediensten, ziet synodevoorzitter Lorein verschillende serieuze pijnpunten in het voorstel. Inmiddels is er een overleg gaande tussen de erediensten en het ministerie, en dringt men aan op aanpassingen.  Een probleem is volgens hem verder ook dat dit decreet alleen handelt over de gewestelijke erkenning van lokale gemeenschappen: “Geloofsgemeenschappen zonder gewestelijke erkenning (en dus zonder gefinancierde predikantsplaats) komen hier dus niet ter sprake. Dat is natuurlijk ook de zwakte van het decreet: blijf buiten het systeem en je kunt doen wat je wilt. Dat draagt mijns inziens niet echt bij aan de bestrijding van het terrorisme.” Minister Somers erkent dat probleem: “Het probleem is natuurlijk dat je in ons land geen erkenning nodig hebt om op een publieke plaats met een geloofsgemeenschap te starten.”

Ondanks alle regels, controlemogelijkheden en eventuele sancties, benadrukt minister Somers het belang van de godsdienstvrijheid: “Er moet steeds rekening gehouden worden met het recht op vrijheid van eredienst, de vrije uitoefening ervan en de organisatorische autonomie van godsdienstige geloofsgemeenschappen, gewaarborgd in de Grondwet en de internationale mensenrechtverdragen. De strikte scheiding tussen kerk en staat moet ten volle gerespecteerd worden: de erkende lokale geloofsgemeenschappen van de door de federale overheden erkende erediensten moeten hun religie in alle vrijheid kunnen beleven. Er wordt een kader van bevoegdheden uitgewerkt die noodzakelijk is om de besturen van de erediensten en de lokale gemeenschappen (tijdens de wachtperiode) permanent en adequaat te kunnen controleren, zonder dat deze bevoegdheden verder gaan dan noodzakelijk vereist is voor het toezicht op de naleving van de verplichtingen opgelegd aan de lokale geloofsgemeenschappen tijdens de wachtperiode en na de erkenning.”

Een belangrijk knelpunt ligt momenteel op het vlak van verblijfsvergunningen voor buitenlandse werkers. Dr. Lorein: “Religieuze werkers van buiten Europa worden niet toegelaten in het Vlaamse Gewest, althans niet volgens de huidige evangelische geplogenheden wat betreft de salarfisschalen. Dit is inderdaad een achteruitgang voor wat betreft onze vrijheid. Ook hier hebben we aangedrongen op een aanpassing van het decreet. Het lijkt me overigens geen aantasting van de godsdienstvrijheid als de overheid bepaalde eisen zou stellen op het gebied van fiscaliteit of sociale zekerheid.”

Waar het de erkenningen van de plaatselijke kerken betreft, kunnen we vaststellen dat de vrijheid van godsdienst in ons land in ieder geval gegarandeerd blijft. Toch is het duidelijk dat financiële bijdragen van de overheid niet zonder een prijs komen.

(bronnen: Vlaamse Regering, Vlaams Parlement; De Standaard, vrtnws.be, Federale Synode – dr. Geert Lorein)

Nieuwsbrief