slide 1

                            

 

 

                                                                                                                                                                   WelkomOpDeWebsite 

 

                                                                                                                          

                                                                                                                                                                                            

 

 

               

                                                                  

 

slide 2

 

 

EenKoepelVoorOrganisaties

                                                                                 

 

                                                                                                                                                                                                              
 

 

                                

     

                      

                                                                                                                                    
 

slide 3

 

 

 

 

 

blauwenkerken              

 

 

 

               

slide 4

 

 

 

 

 

                                                                                                                      GebedsbijlageIntercomSAmen

 

 

   

 

 

 

      

                                                                                           

                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                              

slide 5

 

 

deelvandeontmoetingsdagenRoos

YAMÉOGO-VLEUGELS, Théodore en Irene

   
YAMÉOGO-VLEUGELS, Théodore en Ireneloupe
Banfora
Burkina Faso
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

zendingsplatform logoThéodore Wendépayanguédé (16/10/1987) en Irene ( 24/03/1987) YAMÉOGO-VLEUGELS.  Oasis Burkina Faso - Project Samaria

Irene werd geboren in een christelijk gezin en kreeg van jongs af aan mee dat het leven draait om houden van God en houden van mensen. Toen ze nadacht over de vraag wat Gods wil voor haar leven was, kwam ze tekst in de brief van Jakobus tegen waar staat dat zuivere godsdienst voor God het zorgdragen voor weduwen en wezen is. Het inspireerde haar om orthopedagogie te gaan studeren. Dat was voor Irene de beste manier om zorg te kunnen geven aan mensen met noden. Het was ook een logisch gevolg op de richting menswetenschappen in het secundair onderwijs. Tijdens de studie was er de mogelijkheid om drie maanden stage te gaan doen in Afrika. Irene durfde die stap niet aan, in de eerste plaats omdat ze bang was om zich te hechten aan de mensen ter plaatse. Om niet het risico te lopen het achteraf emotioneel moeilijk te krijgen, liet ze de kans liggen. Het werd dus een stage in Brussel, in een werking voor kwetsbare kinderen. Veel Afrikaanse kinderen… Via de stage werd ze gevraagd om een groep kinderen te begeleiden naar West-Afrika. Een kans om niet te laten liggen…

"Die reis interesseerde me zeker wel, Afrika heeft me altijd wel gefascineerd. Het ging om 3 weken en ik dacht dat dat juist kort genoeg zou zijn om het nuchter aan te kunnen en weer afscheid te kunnen nemen. Niet dus. Ik ontdekte dat dit een plek was waar ik wilde terug komen. Al was natuurlijk de vraag: waar zou God mij willen gebruiken? Terug thuis ben ik beginnen nadenken en bidden, maar ook informatie opzoeken…Ik wilde graag voor een jaar terug naar Afrika gaan."

Je wilde toen zendeling worden?

"Ik heb het woord zendeling nooit aan mezelf gegeven. Ik wist dat God mij bepaalde dingen gegeven had, dingen die ik graag doe en die mij interesseren, die ik geleerd heb, kansen die ik gekregen heb. Alle bagage die God mij gegeven heeft tot nu toe, alle passies en interesses die ik heb, wil ik gebruiken voor Hem. Er zijn noden in Afrika - hier ook natuurlijk en de meeste mensen die orthopedagogie studeren zullen hier blijven - maar ik merkte dat het voor mij in West-Afrika lag. In het begin had ik dat nog niet als een roeping ervaren, maar wilde ik gewoon gehoorzaam zijn aan Gods vraag ‘niet te verspillen wat hij me gegeven heeft’ (2 Kor 6:1). En gaandeweg werd alles bevestigd op allerlei manieren".

Irene bracht een jaar door in Mali en Guinee. In het eerste land volgde ze een DTS van Jeugd met een Opdracht, in het tweede was ze actief in een centrum voor kinderen in probleemsituaties. Een echt oriëntatiejaar, een tijd om veel te leren. Het werd een kennismaking met de cultuur en de religie: vooral de manier waarop de mensen met godsdienst omgingen - en dat was niet altijd even gemakkelijk. Er werd dikwijls op een erg agressieve manier geëvangeliseerd, een aanpak die Irene niet echt lag. Vriendschappen opbouwen met mensen en hen dienen en hen voorzichtig uitdagen en aan het denken zetten lag haar meer.

"Iedereen heeft zijn eigen stijl. Sommige mensen zijn heel direct, ikzelf niet. Gelukkig gebruikt God verschillende mensen. Maar ik voelde me in Afrika enorm thuis en ik had alle mogelijkheden om te zien wat ik verder zou kunnen doen. Ik had vooral interesse voor de garibou-kinderen die ik daar tegen gekomen was".

Wat zijn dat?

"Het zijn meestal kinderen van ouders die in armoede leven, die meer kinderen hebben dan ze financieel aankunnen en dan een van hun zonen naar een traditionele koranschool sturen. Natuurlijk willen ze vaak ook wel dat hun kind een goede moslim wordt, maar vaak ligt geldgebrek wel aan de grondslag van hun beslissing. Een marabout - een koranleraar - heeft niet echt een school maar gebruikt zijn huis als zodanig. Officieel bestaat dit onderwijs niet en het wordt niet gecontroleerd door de overheid. En als ergens geen controle of regels zijn, wordt er vroeg of laat door iemand misbruik van gemaakt. Wat dus begint als een traditionele leerschool om de koran en de islam te bestuderen, is in veel gevallen verziekt tot een systeem van uitbuiting. Kinderen moeten langs de huizen gaan om aan eten te geraken, maar ze moeten ook geld ophalen - voor zichzelf en voor hun meester".

Hoe ben je er dan mee in contact gekomen?

Irene: "Ik zag die jongens op straat bedelen - ze hebben doorgaans een leeg blik bij zich om geld te verzamelen. Ze lopen rond, vragen geld en eten en ik vond het bijzondere kinderen omdat ze ondanks hun moeilijke omstandigheden toch zo’n sterk gevoel voor humor hebben - wellicht helpt hen dat om te kunnen overleven wat ze meemaken. Uiteindelijk hebben ze alleen maar over de koran geleerd - en over hoe ze moeten bedelen natuurlijk - dus hebben ze weinig kans dat ze werk vinden of in een gewone familiesituatie terecht komen. Eigenlijk kunnen ze alleen maar een marabout worden, en draaien de rollen om. Maar vaak blijven ze gewoon op straat leven: in zekere zin is die vrijheid ook verslavend geworden voor veel kinderen. Al zijn het zo 'onbestaande kinderen' geworden, die niet eens weten hoe oud ze zijn".

Waarom ben je juist in die kinderen geïnteresseerd?

"In de eerste plaats heb ik al heel lang interesse voor kinderen met moeilijk gedrag of een zware achtergrond. Mijn studie was daar natuurlijk ook op gericht. Voeg daarbij mij liefde voor mensen in nood, mijn ervaring met moslimkinderen, de talen die ik was beginnen leren (beetje Arabisch, Frans, Dioula) en mijn verlangen om te werken aan Gods koninkrijk. Dan past dat allemaal samen in dat groepje jongens. Je moet ze overigens niet alleen als slachtoffertjes zien, want eigenlijk zijn het ook heel sterke kinderen met veel levensvreugde".

Officieel bestaan er geen cijfers over het aantal garibou-jongens, maar in de plaats waar Irene nu woont, zijn er zo'n 600. Je vindt ze in verschillende landen, zoals Senegal, Mali en Burkina Faso. In dat laatste land kwam Irene in  een project van Braziliaanse zendelingen onder de garibous terecht. Ze leerde daar ook haar man, Théodore, kennen. Eigenlijk geen liefde op het eerste gezicht, maar toen ze na een tijdje met elkaar in gesprek kwamen, bleken ze veel overeenkomsten te hebben. Ook hij had het verlangen om voor weduwen en wezen te zorgen. Het werd steeds duidelijker dat ze zich samen wilden engageren, in leven en werk. Het project dat Irene samen met haar man heeft opgestart, heet Samaria, dat duidelijk verwijst naar de Samaritanen in het Nieuwe Testament. Die mensen werden als bastaards bekeken en uitgesloten in naam van de religie. Maar Jezus ging met hen spreken. Het is een project van Oasis Burkina Faso, ook juist opgericht door Théodore en Irene. Op dit moment is het nog kleinschalig, maar de hoop is dat het verder gaat groeien.

In de eerste plaats is het de bedoeling om de kinderen te helpen, en te voorzien in hun dringendste nood aan voeding, hygiëne, medische zorg en affectie. Ze weghalen bij hun meester is niet zo eenvoudig - het zijn uiteindelijk de ouders die ze daar geplaatst hebben. Maar het moet meer zijn dan alleen eten geven, er moet ook een perspectief voor de toekomst zijn. "Als je ze vandaag te eten geeft, hebben ze morgen weer honger. Er moet dus ook iets structureel gebeuren, zodat de jongens terug een plaats in de maatschappij krijgen. Dat is ook wat ons enkele jaren geleden naar Oasis toegetrokken heeft, de gedeelde liefde voor wie door de maatschappij uitgesloten wordt. We hopen ook de meesters te overtuigen dat de kinderen meer nodig hebben dan alleen les over de koran, als ze later in de samenleving een plaats willen krijgen. Maar het kan jaren duren voordat je een relatie met die mensen opbouwt. Het is dus werk op lange termijn".

Het is niet altijd evident dat moslimkinderen naar een christelijk centrum komen. Dat verhindert Irene en Théodore niet om duidelijk te zijn over hun identiteit: "Iedereen weet dat we christen zijn, we willen dat niet verbergen. We zullen daar duidelijk in zijn, wat niet wil zeggen dat we overal christelijke symbolen hebben hangen of met Bijbelverzen gooien. We wonen midden in een moslimwijk, maar de mensen zijn heel enthousiast over wat we doen. Ze staan achter ons, ze komen ons helpen. We zoeken niet krampachtig naar momenten om het evangelie te verkondigen, maar mensen komen regelmatig met vragen naar ons toe omdat ze weten dat we heel open en ontspannen over ons geloof zullen vertellen. De meeste moslims in onze wijk beschouwen de Bijbel toch wel als het Woord van God, waardoor je een al een stevige basis voor een gesprek hebt, maar dat is natuurlijk niet bij iedereen zo. Anderen denken dat we de kinderen willen afpakken. We moeten dus altijd voorzichtig zijn in wat we doen. Het is uiteindelijk een spanningsveld, want het gaat niet zomaar om moslimkinderen, maar om kinderen die de islam echt bestuderen".

Merken ze het verschil tussen de koranschool en jullie centrum?

Irene: "Voor sommigen is het verschil in de eerste plaats dat ze bij ons wel eten krijgen. Maar andere jongens merken dat er bij ons vrede is: er wordt geen ruzie gemaakt en niemand wordt uitgescholden of gekleineerd. Onlangs hoorden we één van de jongens over ons centrum spreken en noemde hij het “bij mij thuis”. Ze ervaren de liefde en de zorg en we vertellen hen ook openlijk dat wij en God van hen houden. Er zijn er zelfs die spontaan beginnen te bidden voor het eten - dat zijn vooral de jonge kinderen. We zouden ze kunnen manipuleren. Dan zouden we mooie bekeringscijfers kunnen voorleggen, maar we zoeken geen cijfers, we zoeken relaties met kinderen. We willen ook iets brengen dat nog lang bij hen blijft hangen. Gewoonlijk zeggen we dan ook dan ons centrum niet christelijk is, maar wel dat wij dat zijn. Het is eerder wie we zijn en hoe we het leven aanpakken, en uit sommige praktische dingen blijkt ook wel dat we christen zijn, zoals uit het bidden voor het eten. Daar willen we geen compromis in maken. Maar we willen vooral doen wat Jezus deed. Gods liefde tonen, er zijn voor anderen, luisteren zonder veroordelen. Ik vertel soms wel verhalen over God en over Gods liefde, voorzichtig, want we staan nog maar aan het begin. Ik spreek over bepaalde situaties en vraag dan aan de kinderen: wat zou God daarvan zeggen?"

Het moeilijkste in Burkina Faso is wellicht dat er niet veel mensen zijn die echt voor hun geloof gaan - en dat geldt zowel voor de moslims als voor de christenen. Het is dus vaak zoeken naar mensen die zich niet alleen christen noemen, maar ook echt Christus volgen. Aan de andere kant biedt het feit dat de godsdiensten niet op gespannen voet leven - de moslims willen ook niets met extremisme te maken hebben - wel veel kansen om in gesprek te gaan.

Is maatschappelijke hulpverlening niet eerder een taak van de overheid? "Het zou fijn zijn als de overheid dit soort zaken zou doen. Nu, we zitten hoe dan ook momenteel in een redelijk onstabiele situatie in het land en er lijken zo ontzettend veel prioriteiten te zijn nu. Aan de andere kant, de dingen die fout gaan in het land worden doorgaans wel op een vreedzame manier opgelost dus echt ongerust hoeft niemand over ons te zijn. Er is hier gelukkig genoeg humor om met crisissituaties om te gaan. Er wordt veel overlegd, waardoor de dingen vaak trager gaan, maar er uiteindelijk wel iets gerealiseerd wordt. Tot nu toe kon ons werk gezien worden als een privé-initiatief: gewoon een koppel dat kinderen wil helpen. Maar nu Oasis Burkina Faso uiteindelijk officieel erkend is, hebben we meer zekerheid en kunnen we een stap verder gaan."

Financieel gezien zijn jullie in ieder geval wel zendelingen? "De grootste sponsoring komt inderdaad van personen in België: vrienden, familie, mensen uit verschillende kerken. We zitten in een heel afhankelijk situatie, wat God waarschijnlijk wel graag heeft, maar voor ons niet altijd gemakkelijk is. Toch mogen we absoluut niet klagen, want God heeft er altijd voor gezorgd dat we op tijd hadden wat we moesten hebben. Hij laat ons niet in de steek. Natuurlijk we leven sober, maar er zijn mensen die het moeilijker hebben dan wij. Voor de rest hebben we vooral gebed nodig, want is niet zonder gevaar wat we doen. We zitten nu eenmaal op een plek waar niet alles zo evident is. ".

Irene wil in Burkina Faso niet alleen Jezus verkondigen, maar in de eerste plaats Hem gehoorzamen en Zijn voorbeeld volgen. "Als ik kijk naar hoe Jezus omging met mensen, dan had Hij geen verborgen agenda, Hij was er gewoon voor de mensen. Hij was vol liefde en zorgde voor mensen. Ik wil een volgeling van Jezus zijn en gaan waar Hij mij stuurt en gebruiken wat Hij mij daarvoor gegeven heeft."

Meer info: https://enfantsdebanfora.wordpress.com

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 








Nieuwsbrief